Hooikoorts door levensstijl

BREDA – April nadert. De grassen gaan bloeien, het hooikoortsseizoen is begonnen.

 

Dit jaar krijgen zo’n drie miljoen Nederlanders er last van. Een dure grap.

Honderdduizenden Nederlanders zien het voorjaar met gemengde gevoelens tegemoet. Voor hen is met het ontwaken van de natuur ook het seizoen aangebroken van rode ogen, loopneuzen en onbedaarlijke niesbuien: Hooikoorts.

Ongeveer 20 procent van de Nederlanders heeft in meer of mindere mate last van pollen, door grassen, planten en bomen verspreid stuifmeel. Dat zijn ruim drie miljoen landgenoten. En elk jaar groeien de niezers en snotteraars in getal.

Volgens de Nijmeegse celbioloog en pollendeskundige Jan Derksen rukt hooikoorts verder op. De afgelopen veertig jaar is het aantal hooikoortslijders verviervoudigd.

En dat wordt een dure grap. Hooikoorts is niet alleen een gezondheidskwestie, het is ook een economische factor geworden. Zwaardere gevallen van hooikoorts – pakweg 10 procent van de Nederlanders heeft veel en langdurig last van geprikkelde slijmvliezen, hoofdpijn, moeheid, gebrek aan energie – kosten de schatkist zo’n 350 euro per patiënt per maand. Het zijn de kosten van ziekteverzuim en verlies aan arbeidsproductiviteit. Kinderen die het flink te pakken hebben, presteren slechter op school.

 

Vanwaar die toename? Volgens Derksen komt het door de westerse levensstijl. Ons voedsel, onze extreme hygiëne en stress hebben het afweersysteem veranderd. Dat geeft allergieën als hooikoorts vrij spel. Niet-westerlingen hebben nauwelijks hooikoorts. In Oost-Europa, waar ze onze levensstijl zijn gaan overnemen, neemt het legioen hooikoortspatiënten in rap tempo toe.

 

Grassen zijn de grootste pollenverspreiders. Zij zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van het stuifmeel dat hooikoorts kan veroorzaken. De bloeitijd van grassen begint rond 1 april en eindigt in oktober.

Bron: bndestem.nl