Aangepast zoeken
 


Risicogroepen en advies bij Smog

 

Welke risicogroepen zijn er?

 

De risicogroepen voor smog zijn: 

 

- mensen die individueel verhoogd gevoelig zijn voor luchtverontreinigende stoffen, zoals:

o mensen met aandoeningen aan de luchtwegen, zoals astma en longemfyseem

o mensen met hart- en vaatziekten

o ouderen met een zwakke lichamelijke conditie

 

- mensen die door zware inspanning in de buitenlucht meer luchtverontreinigende stoffen inademen, zoals door:

o werk

o buitenspelactiviteiten

o sport

 

Wat betekenen de smogniveaus voor risicogroepen?

 

De smogniveaus geven de ernst van de smog weer. Risicogroepen kunnen bij al matige smog (meer) klachten krijgen.

 

Wat is het advies bij matige en ernstige smog?

 

Bij matige smog moeten mensen met aandoeningen van de luchtwegen of met hart- en vaatziekten (zware) lichamelijke inspanning in de buitenlucht zoveel mogelijk vermijden. Bij ernstige smog wordt dit advies uitgebreid naar de gehele bevolking. Bij een smogsituatie met ozon geldt dit advies met name in de middag en vroege avond omdat de ozonconcentraties dan het hoogst zijn.

Bij vragen over (onbekende) klachten is het verstandig om de huisarts te raadplegen.

 

Wat is het verschil tussen ozon in smog en ozon in de ozonlaag?

 

Ozon is schadelijk bij inademen. Daarom moet de concentratie ozon op leefniveau zo laag mogelijk zijn. De ozonlaag in de stratosfeer - op ongeveer 10 km hoogte- is een ander verhaal. Deze laag houdt UV-licht tegen en beschermt ons daarmee tegen verbranding. Er is bijna geen uitwisseling van ozon tussen de ozonlaag en ons leefniveau. De ozon die op leefniveau geproduceerd wordt kan dus niet gebruikt worden voor de aanvulling van de ozonlaag.

 

Hoe komen luchtverontreinigende stoffen in de lucht?

 

Fijn stof (PM10) bestaat uit kleine niet zichtbare deeltjes die bij het inademen in de longen komen. Fijn stof wordt vooral uitgestoten door verkeer en industrie. De wind kan fijn stof over lange afstanden meevoeren.

Stikstofdioxide (NO2) en zwaveldioxide (SO2) komen vrij bij industriƫle verbrandingsprocessen. Daarnaast is het verkeer een belangrijke bron van stikstofdioxide (NO2).

Ozon ontstaat onder invloed van zonlicht uit stikstofoxiden en koolwaterstoffen. Dit is met name het geval bij mooi zomerweer met hoge temperaturen en zwakke oostelijke tot zuidelijke wind.