Totstandkoming bioweervooruitzichten

Vanuit de literatuur is bekend dat er veel weerfactoren een invloed hebben op onze gezondheid en ons welbevinden. De meeste van deze factoren zoals lagedrukgebieden, fronten, onweer etc. hebben gemiddeld genomen variaties in temperatuur, windsnelheid, vochtigheid en bewolkingsgraad.

Al deze variaties kunnen worden gemeten en staan aan de basis van formules die wij gebruiken om het bioweer voor de komende dagen te berekenen.

Een voorbeeld:

Wanneer de vochtigheidsgraad beneden de 40% ligt dan is het aannemelijk dat er een droge wind vanuit het binnenland waait en de kans is zeer aanwezig dat mensen nerveus en gevoelig raken. Zo raken mensen bij een gevoelstemperatuur hoger dan gemiddeld 28 gr.C. sneller sloom en vermoeid, wanneer er een stormfront nadert is er veel electromagnetische beweging en dat veroorzaakt hoofdpijn (windsnelheid).

Hoe komen de vooruitzichten tot stand?

Stemming index:

Er is geen twijfel over mogelijk; het weer heeft invloed op stemming en gedrag. Geirriteerdheid, agressiviteit, ongerustheid, lusteloosheid, vermoeidheid en depressie zijn maar een paar effecten die het weer op u kunnen hebben.
Veel weerselementen kunnen een rol spelen maar factoren als temperatuur, een hoge of lage vochtigheidsgraad,
wind en bewolkte omstandigheden zijn een paar van de meest bepalende. De stemmingindex berekent met een aantal formules wat aan de hand van bovenstaande gegevens de verwachte stemming zal zijn.

Slaap:

Het is niet makkelijk om lekker te slapen tijdens heet en vochtig weer. Even lastig kunnen de nachten zijn tijdens onweer, wind,
en vlak voor een weersverandering. Een goede nachtrust is normaal gesproken meer gegarandeerd tijdens stevig gesettelde, koele hogedruksystemen. Het is overigens duidelijk dat stemming en slaap aan elkaar gerelateerd zijn.
Prestaties:

Ons lichaam lijkt het best te werken onder omstandigheden met hogedrukgebieden en comfortabele temperaturen.
Onder hete of extreem koude weersomstandigheden zijn de prestaties vaak onder de maat. Men is traag, moe, lusteloos.
Deze veronderstelling vormt de basis voor onze prestatieverwachting.

Stress door warmte:

Stress door warmte is natuurlijk geheel temperatuurgerelateerd. Wanneer de temperatuur beneden bepaalde waarden ligt kan deze comfortabel aanvoelen. Boven bijvoorbeeld 28 Gr.C. neemt stress door warmte snel toe (vermoeid, sloom) en beneden de 0 graden is het natuurlijk gewoon erg koud; waarden die worden gebruikt zijn: comfortabel, neutraal, warm, warm tot heet, heet, fris en koud.

Hoofdpijn:

Hoofdpijn is gerelateerd aan weerfronten en het elektromagnetisme bij stormen. Een manier om aan te
tonen dat er een storm of depressie aankomt is de windsnelheid te berekenen. Wanneer er wind beneden
de 10 km/uur staat zou het een prima dag moeten zijn en is hoofdpijn gerelateerd aan het weer
onwaarschijnlijk (voor wat de wind betreft). We geven in dat geval dan “neutraal” aan in de tabel.

Migraine:

Het weer staat vaak prominent bovenaan als een van de vele aanjagers van hoofdpijn en migraine.
Een snelle verandering van een weeraspect zoals luchtdruk, temperatuur, vochtigheid of wind, en/of een
combinatie daarvan in veranderende weerspartonen zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van pijn.
Maar migraine is zeer moeilijk te relateren aan het weer aangezien het door zo veel andere factoren kan worden getriggerd.
We geven dan ook de kans op migraine als mogelijk aan wanneer de stemming anders is dan “goed”.

Reumatische pijn:

Reumatische pijn is gelinkt aan (gevoels)temperatuur en vochtigheid. Door middel van een formule waarbij
de (gevoels)temperatuur een belangrijke rol speelt wordt berekend waneer “positief” danwel “waarschijnlijk” aan de orde is.
Voor Nederland wordt een omslagtemperatuur aangehouden van 15 Gr.C. In andere landen kan dit anders zijn.

Fantoompijn:

Fantoompijn is zeer helder gerelateerd aan vochtige omstandigheden. Wanneer de lucht relatief droog is, is de kans groter dat
de huid pijn aanjaagt.We hanteren een bepaald percentage waarbij de kans op fantoompijn “waarschijnlijk” wordt.

Cardiovasculair:

Mensen ervaren hartklachten geregeld vlak voor het arriveren van een depressie danwel in of vlakbij een storm.
Het meest gangbare element hierbij is de toename in windsnelheid. Dus, wanneer een windsnelheid van boven de 20km/uur wordt bereikt kan er zich een negatief effect voordoen.

Hoge & lage Bloeddruk:

Bloeddruk is nog wel het meest gelinkt aan temperatuur en barometerdruk. Bij bepaalde temperaturen worden de effecten weergegeven in de tabel met “neutraal”, “positief” danwel “hoog” als tegenhanger van de lage bloeddruk.

Besmettingen & ademhaling:

Allebei gerelateerd aan de seizoenen (griep, hooikoorts, astma e.d.) en daarmee ook weer aan de temperatuur. Bijvoorbeeld koude vochtige lucht zoals bijvoorbeeld bij mist, heeft een negatief effect op astma en andere luchtwegaandoeningen doordat de luchtwegen geirriteerd worden. Een belangrijk onderdeel van onze vooruitzichten.

Gevoelstemperatuur:

Het verschijnsel gevoelstemperatuur, of wind chill, is dat het in de wind een stuk kouder aanvoelt dan uit de wind.
Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan.

We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde van de temperatuur.
In vochtige omstandigheden voelt de wind warmer aan dan deze feitelijk is.
De gevoelstemperatuur is daarom een samengestelde temperatuur waarbij wordt meegenomen:
– actuele temperatuur
– vochtigheidsgraad
– wind
– UV index

Overbelasting aan ultraviolette straling kan leiden tot veel huid, oog en immuunsysteem afwijkingen en
voorkomen is veel eenvoudiger, goedkoper en minder pijnlijk dan behandeling.
Neem daarom altijd extra voorzorgsmaatregelen bij hoge, hele hoge en extreme UV levels.

Seizoensgebonden depressie (SAD):

Verslapen, lusteloosheid, aankomen in gewicht, veel trek hebben in zoetigheid zijn milde symptomen van SAD oftewel de winterblues. Voor sommigen echter dan deze “stoornis” uitmonden in een zware depressie. Vooral de mindere intensiteit van het licht buiten is de grote aanjager van SAD.

Onze SAD index is gebaseerd op de mate van wolkbedektheid van de lucht op een bepaalde dag hetgeen de lichtintensiteit bepaald.