Verdedig je tegen wintervirussen

De winter is bij uitstek de tijd waarin virussen en bacteriën hun slag kunnen slaan. Welke ziekmakers liggen er op de loer en wat doe je ertegen?

Veel mensen worden juist in de winter ziek. Dat heeft twee oorzaken: bij veel mensen is de weerstand lager, en mensen zitten vaker binnen, waardoor de kans op besmetting groter is. Vooral virussen slaan ’s winters hun slag. Griep en verkoudheid zijn de bekendste winterziekten, maar er zijn ook virussen actief die het voorzien hebben op maag en darmen.

Buikgriep bestaat niet
Elke winter krijgt ongeveer 1 op de 10 mensen griep. Griep wordt veroorzaakt door een influenza-virus. Er zijn veel varianten, en er komen elk jaar nieuwe soorten bij. Griep is een ziekte die klachten geeft aan het ademhalingsstelsel en de longen. Heb je last van diarree, overgeven of buikpijn, dan zeggen mensen meestal dat ze buikgriep hebben. Deze term is onjuist, het gaat hier om besmettelijke maag- en darmziekten die niet veroorzaakt worden door het influenza-virus. Een griepprik geeft dan ook geen bescherming tegen deze “buikgriep”.

Actieve virussen
Een aantal virussen is verantwoordelijk voor klachten als diarree, misselijkheid en braken, buikkramp, koorts of hoofdpijn. Besmetting gebeurt via virusdeeltjes in ontlasting en braaksel. Die komen vervolgens in de mond terecht, meestal via de hand. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je iemand een hand geeft die zijn handen niet heeft gewassen na een bezoek aan de wc. Het kan ook gebeuren dat een besmet persoon voedsel klaarmaakt, waarna het virus in het eten terechtkomt. Al een paar dagen voordat je ziek wordt, kan zo’n virus al in de ontlasting zitten.

De grootste boosdoener
Er zijn vele virussen actief, maar sommige komen vaker voor dan anderen. Norovirussen bijvoorbeeld maken jaarlijks een half miljoen mensen ziek. Vooral plekken waar veel mensen bij elkaar zijn, zoals scholen en verpleeg- en verzorgingshuizen hebben er ’s winters vaak mee te kampen. Norovirussen zijn zeer besmettelijk en veroorzaken een ontsteking van het slijmvlies van het maagdarmkanaal. Dat leidt tot klachten als braken en diarree. Het braken is vaak heftig en kan heel plotseling beginnen. Heb je het opgelopen, zorg dan dat je voldoende vocht, suikers en zouten binnenkrijgt. Behandelen kan niet, gelukkig ben je meestal na een dag of 4 weer opgeknapt. Een ander veel vookomend virus is het adenovirus. Die zorgt meestal voor 3 tot 5 dagen hoesten, koorts en keelpijn, maar diarree kan ook voorkomen.

Kinderen zijn kwetsbaar
Sommige virussen hebben het vooral gemunt op kinderen. Per jaar krijgen zo’n 60.000 kinderen van 5 jaar of jonger te maken met het rotavirus. Ze krijgen ernstige diarree en moeten veel overgeven. Bijna ieder kind maakt wel een keer zo’n infectie door. Na een paar dagen is het voorbij, maar de diarree kan soms wel een dag of tien aanhouden. Er bestaat een vaccin, RotaRix geheten dat uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar is. Het vaccin wordt niet vergoed en zit niet in het Rijksvaccinatieprogramma. Bij sommige zorgverzekeraars zit het in hun aanvullend pakket.

 

Griep

 

Moeite met ademhaling
Ook het RS-virus komt veel voor bij kinderen. Je kind krijgt het al als het uitgehoeste lucht inademt van een besmet iemand. Een volwassene die besmet is, weet dat vaak zelf niet omdat alleen jonge kinderen er ziek van worden. Zieke kinderen hebben een verstopte neus en slijm in de longen, waardoor het kind piepend kan ademhalen. Koorts kan ook optreden.

Voorzorgsmaatregelen
Om de kans op een besmetting met een virus zo klein mogelijk te maken, kun je de volgende dingen doen:

 

  • Goed handen wassen na toiletgebruik, voor voedselbereiding en voor het eten.
  • Maak dagelijks de wc schoon. Vergeet niet de deurklink, de kraan en de spoelknop van het toilet.
  • Laat zieke huisgenoten zo mogelijk een aparte wc gebruiken.
  • Laat de zieke tot drie dagen na het einde van de klachten geen voedsel bereiden.
  • Verwissel dagelijks hand-, thee- en vaatdoeken, laat zieke huisgenoten een eigen handdoek gebruiken of papieren wegwerpdoekjes.
  • Was met braaksel of ontlasting bevuilde kleding of beddengoed op een zo hoog mogelijke temperatuur.

Weerstand
En om je weerstand op peil te houden, is het belangrijk om niet te roken, matig te drinken, goed te slapen en extra goed op je voeding te letten, bijvoorbeeld met behulp van het anti-verkoudheiddieet.

Auteur: Ton Bakker
Bron: Dokterdokter.nl