Wat is el-nino

Vrijwel iedereen heeft wel eens iets gehoord of gelezen over (de gevolgen van) het klimaatfenomeen El Niño. Het verschijnsel ontstaat eens in de loop van sommige jaren in de equatoriale gordel van de Stille Oceaan (Pacific). Door het verzwakken van de passaatwinden kan het warme water, dat zich doorgaans ophoudt in het westelijk deel van de Pacific (Indonesië, Filipijnen), oostwaarts verplaatsen. De warmwaterbel, ook wel Kelvingolf genoemd, reikt tot aan de kust van Peru. De warmwaterverplaatsing heeft (grote) gevolgen voor de atmosferische condities en zelfs voor het mondiale klimaat: met name in de (sub)tropische gordels. In gebieden met een woestijnklimaat gaat het regenen, in tropische streken – waar doorgaans veel regen pleegt te vallen – wordt het juist te droog. Over het algemeen duurt een El Niño 1 tot 1,5 jaar. De tegenhanger van El Niño is La Niña. Tijdens een La Niña is de oppervlaktetemperatuur van het zeewater (diktelaag 50 tot 200 meter) van de Pacific ter hoogte van de evenaar relatief te koud. De samenhang tussen El Niño en La Niña wordt ENSO (El Niño Southern Oscillation) genoemd.


Typische januari-maart afwijkingen ten opzichte van normaal alsmede de atmosferische circulatie boven Noord-Amerika gedurende een matige tot sterke El Niño en La Niña.

Hoelang bestaat het fenomeen al?

El Niño is geen klimaatfenomeen dat de afgelopen decennia zomaar uit de lucht is komen vallen. Aanwijzingen die duiden op een opwarming van het oceaanwater voor de kust van Peru dateren bijvoorbeeld uit de 16de eeuw. Sommige historici zijn namelijk tot de conclusie gekomen dat het jaar 1532 een El Niño jaar geweest moet zijn. In dat jaar voltrok zich de opmars van de Spaanse conquistador Pizarro tegen het Inkarijk. Het is anders nauwelijks te begrijpen dat Pizarro en zijn manschappen de lange tocht door de anders kurkdroge Sechura-woestijn hebben kunnen overleven. Tijdens El Niño jaren maakt het woestijnklimaat van Peru plaats voor een tropisch buienklimaat. De feitelijke naam van het fenomeen komt van de Peruaanse vissers. Zij zagen aan de vooravond van Kerst (El Niño betekent kerstkind/kerstjongetje) dat de ansjovis verdween. Deze vissoort gedijt in relatief koud, zuurstofrijk water afkomstig van de zuidelijke stroming van Antarctica. Wanneer het oppervlaktewater te warm wordt verdwijnt de vis en verliezen de vissers een groot deel van hun inkomsten.


Zeewatertemperaturen en afwijkingen ten opzichte van het langjarig gemiddelde in de Equatoriale Pacific gedurende krachtige El Niño van 1998 en La Niña 1989.

Achtergronden….
Normaal gesproken is het zeewater in het westen van de Pacific warmer dan in het oosten. Bij Indonesië is de temperatuur zo’n 30, bij Zuid-Amerika 25°. Daardoor valt er in het westen ook veel meer regen. Het zeewater verdampt sneller, stijgt en condenseert in de atmosferische bovenkamer. Door de stijgende lucht wordt bovendien in het westen lucht van hogere breedtegraden aangetrokken. Dit is één van de oorzaken van het ontstaan van de passaatwinden. Als om de één of andere reden de wind minder hard waait, zal het in het oosten minder koud worden. Door het afnemen van het temperatuurverschil tussen oost en west gaan de passaatwinden minder hard waaien. Daardoor wordt het temperatuurverschil kleiner en zo ontstaat de situatie die we kennen als El Niño.


Typerende mondiale afwijkingen gedurende de warme fase (El Niño) van ENSO (El Niño Southern Oscillation).

….En gevolgen
De gevolgen van El Niño voor het Pacifische regio zijn direct uit het voorafgaande af te leiden. In het westen neemt de regenval af, waardoor de Indonesische archipel en Australië te kampen krijgen met droogte. In het oosten krijgen Zuid-Amerika en de zuidelijke Verenigde Staten (ook wel de Golfstaten genoemd) juist te maken met overvloedige regenval. Bovendien wordt de kritische waarde van 28° voor het zeewater overschreden. Daardoor kunnen boven het oostelijk deel van de Pacific krachtige orkanen ontstaan. De gevolgen van El Niño strekken zich echter uit tot ver buiten de Pacific. De normale posities van hoge en lage drukgebieden veranderen en dit veroorzaakt een kettingreactie. Zo veroorzaakt El Niño zachte winters in Canada en beïnvloedt het de maïsoogst van Zimbabwe. El Niño was zelfs debet aan het afgelasten van de wereldkampioenschappen skiën in 1995. Die zouden in de Spaanse Sierra Nevada gehouden worden, maar door de te zachte winter was daar te weinig sneeuw gevallen. De grote hoeveelheden sneeuw van de afgelopen winter in onder meer ons land zijn indirect eveneens het gevolg van El Niño. In de Atlantisch-Caribische regio tempert El Niño echter het aantal tropische stormen en orkanen. Krachtige westelijke hoogtewinden verstoren de bovenkamers van buienclusters uit Afrika. Daardoor kunnen deze minder vaak tot orkanen uitgroeien.

Men heeft berekend dat de krachtige El Niño in 1982/1983 wereldwijd een schade van 8,2 miljard dollar heeft veroorzaakt. De El Niño van 1997/1998 heeft volgens de Wereldvoedselorganisatie FAO in meer dan zestig landen aanleiding gegeven tot extreme weersomstandigheden. In totaal werden toen 41 landen getroffen door overstromingen en 22 door droogte. De schade die de laatste El Niño heeft veroorzaakt was een veelvoud van het schadebedrag in 1982/1983.

Voorspelbaarheid
Bij de grote El Niño van 1982/1983 kon alleen achteraf worden geconstateerd dat er iets bijzonders was gebeurd. Tegenwoordig wordt El Niño goed in de gaten gehouden en is het goed mogelijk om het verloop van het fenomeen te voorspellen. Het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op de Middellange Termijn (ECMWF) meldde al begin 1997 dat er een sterke El Niño aan zat te komen. Ook de gevolgen van deze El Niño voor het wereldweer zijn goed ingeschat en de meeste klimaatprognoses zijn uitgekomen. Het is nog niet in kannen en kruiken of El Niño sterker wordt tengevolge van het versterkte broeikaseffect. Aannemelijk is wel dat in jaren met een krachtige El Niño het mondiale temperatuurgemiddelde een extra impuls kan krijgen. Wereldwijd is 1998, toen we te maken hadden met een sterke El Niño, nog altijd het warmste jaar ooit (mondiale tijdreeks vanaf 1850).

Bron Buienradar