
Wat is smog?
Smog (ook wel: rookmist of roetnevel) is luchtvervuiling die in een bepaalde periode opeens sterk toeneemt. We spreken dan van smogepisoden. Het woord smog is een combinatie van de Engelse woorden smoke en fog. Letterlijk vertaald betekent smog: door rook en uitlaatgassen vervuilde mist. De stoffen die invloed hebben op het ontstaan van smog zijn vooral ozon en fijn stof en in mindere mate stikstofdioxide en zwaveldioxide. Deze smogepisoden kunnen een paar dagen tot enkele weken duren. In Nederland gebruikt men de term smog als er meer luchtverontreiniging is dan gewoonlijk, met mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Waar komt de term ‘smog’ vandaan? De term ‘smog’ is een samentrekking van het Engelse ‘smoke’ (rook) en ‘fog’ (mist) en dateert uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Deze term werd gebruikt voor de ernstige vervuiling door zwaveldioxide en fijn stof die in die tijd vaak voorkwam in Engeland. Wanneer is er sprake van smog? Door de Europese Unie zijn normen vastgesteld voor luchtkwaliteit. In Nederland zijn de smogniveaus vastgelegd in de Smogregeling 2001 1(bron: VROM). Deze smogniveaus zeggen iets over de ernst van de smog. Daarbij is ook aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden. Er is sprake van smog als één van de stoffen (fijn stof, ozon, stikstofdioxide of zwaveldioxide) de concentratie voor matige smog haalt.
|
Indeling smogniveaus met concentraties in microgram/m3 Geen/geringe smog
|
Matige smog
|
Ernstige smog
|
||||
|
Ozon
|
Uurgemiddelde
|
<180
|
180-240
|
>240
|
||
|
Zwaveldioxide
|
Uurgemiddelde
|
<350
|
350-500
|
>500*
|
||
|
Stikstofdioxide
|
Uurgemiddelde
|
<200
|
200-400
|
>400*
|
||
|
Fijn stof
|
Daggemiddelde
|
<50
|
50-200
|
>200
|
||
Share |