Wetenschap: Dr. W.R. Patberg over weer en reuma

Vooraf

 

In overleg met Dr W.R. (Wiebe) Patberg publiceren wij een artikel opgesteld in verband met zijn promotie op het proefschrift “Weather and rheumatoid arthritis : the role of the microclimate near the skin” over de relatie weer en reuma. Een bijzondere publicatie; hij heeft namelijk zichzelf als onderzoeksobject onder de loep genomen.

 

Wie is Dr Patberg?

 

Wiebe Reinier Patberg (Haren, 1946) studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de disciplinegroep Medische Fysiologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), in samenwerking met de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente. Patberg promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof.dr. J.J. Rasker en prof.dr. H.W.G.M. Boddeke. Zijn proefschrift draagt de titel Weather and rheumatoid arthritis. The role of the microclimate near the skin

 

Dr W. Patberg: ‘Kou tegen de pijn’

 

Fysioloog Wiebe Patberg ontbijt in de buitenlucht en scheert zich op zijn balkon. Kou helpt tegen reuma, ontdekte hij. In 2005 promoverde hij op een onderzoek, met zichzelf als onderzoeksobject. “Drie jaar geleden had ik thuiszorg, terwijl het nu naar omstandigheden goed gaat.”

Koud weer is slecht voor reuma, warm zonnig weer is goed. Dat is wat de meeste mensen denken over de invloed van het weer op reumatoïde artritis, vertelt Wiebe Patberg. En zo kan het dat veel reumapatiënten ’s winters lekker warm ingepakt bij de kachel zitten. Ten onrechte, ontdekte Patberg. Reumapatiënten moeten juist naar buiten, ook in de winter en liefst zonder jas.

Reumatoïde artritis is een chronische aandoening waarbij de binnenbekleding van gewrichtskapsels ontstoken raakt. De gewrichten worden daardoor pijnlijk en opgezwollen. In een later stadium lekken eiwitten uit de ontstoken kapsels naar het gewrichtsvocht, waardoor kraakbeen, dat gewrichten soepel houdt, en bot worden aangetast. Wat de ziekte precies veroorzaakt is niet duidelijk. Het staat vast dat het gaat om een auto-immuunziekte, een ziekte die veroorzaakt wordt door een reactie van het eigen afweersysteem. En verder lijkt het erop dat de aandoening in bepaalde families vaker voorkomt, overigens zonder dat er een genetische oorzaak bekend is.

 

Patiënten krijgen in de loop der tijd te maken met functieverlies. Dat begint als mensen door de pijn in de gewrichten minder bewegen waardoor spieren minder sterk worden. Tegelijkertijd raken niet alleen gewrichten en botten aangetast, maar ook de kokers waardoor pezen lopen. Daardoor kan het gebeuren dat iemand met reumatoïde artritis zomaar onverwacht een pees scheurt en daarmee het gebruik van bijvoorbeeld een vinger kwijtraakt.

 

“Je hebt te maken met twee dingen”, zegt Patberg. “Je hebt de brandhaard, dus de ontstekingen in je gewrichten, en je hebt de gevolgen, functieverlies en aantasting van je botten. De gevolgen blijven. Wat je kwijt bent, is voor altijd weg, maar de brandhaard gaat op en neer, die kun je proberen te sturen met medicijnen of door je gedrag.”

 

De onderzoeker promoveert in het UMCG op de invloed die het weer heeft op reumatoïde artritis. Een bijzonder onderzoek, want Patberg gebruikte zichzelf als proefkonijn. In 1979, op zijn 33ste, werd de ziekte bij hem geconstateerd. Vanaf 1983 houdt hij statistieken bij over het ziekteverloop in relatie tot andere factoren. Aanvankelijk hield hij een ‘gewrichtspijnscore’ bij om voor zichzelf een beeld te krijgen van het verloop gedurende langere tijd. Later begon hij ook andere gegevens bij te houden – voeding, weersomstandigheden, alcoholgebruik – om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de ziekte. “In die tijd had mijn reumatoloog een onderzoek gedaan waarbij hij 88 patiënten pijngegevens liet bijhouden in hun agenda. Daaruit kwam iets opmerkelijks: de gemiddelde dagelijkse pijnscore liep op in de zomer en nam af in de winter”, vertelt Patberg.

 

Naar aanleiding van het onderzoek sloeg hij aan het denken. De gemiddelde pijnscores van de deelnemers waren het hoogst aan het eind van de zomer en het laagst aan het eind van de winter. Dat duidt op een mogelijk verband met de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid. Patberg bedacht dat vooral ’s nachts in bed de luchtvochtigheid hoog is. Drie mogelijke barrières houden ventilatie tegen: pyjama, dekens en slaapkamerraam.
“Vanaf september 1984 slaap ik zonder pyjama en met het slaapkamerraam open. Dan heb je dus al twee van de drie barrières verwijderd.” Patberg vouwt een grafiek uit zijn proefschrift uit. “Vanaf dat moment zie je dat de pijnscore sterk omlaag gaat.”

 

In het Nederlandse zeeklimaat hangt de luchtvochtigheid sterk samen met de temperatuur. Om helemaal zeker te zijn van zijn zaak bracht de onderzoeker nog vijf dagen door in een klimaatkamer. Een constante lage luchtvochtigheid bij een aangename temperatuur van 23 graden bleek een vergelijkbaar effect te hebben: minder pijn. Het was een aanwijzing dat vooral de luchtvochtigheid een negatief effect op het ziekteverloop heeft. De resultaten van dat eerste onderzoek leidden uiteindelijk tot een publicatie in het toonaangevende medische tijdschrift The Lancet.

 

Nadat het verband, althans bij zichzelf, was aangetoond, begon Patberg maatregelen te nemen. “Over het algemeen is het buiten koeler en droger, dus ik dacht: laat ik maar meer naar buiten gaan.” Om meer grip te krijgen op het ziekteverloop begon Patberg ook bloedbezinking en reumafactor te meten, twee waarden die een indicatie geven van de ziekteactiviteit. “Pijnscore blijft uiteindelijk een subjectief gegeven en ik wilde zeker weten dat ik mezelf niet voor de gek houd.”

Patberg streeft er nu naar iedere dag drie uur in de buitenlucht te zijn. “Het is niet makkelijk om zoveel buiten te zijn,” vertelt hij. “Het betekent dat ik ’s ochtends vroeg direct moet beginnen. Ik ontbijt op het balkon en daarna scheer ik me daar ook, dan heb ik m’n eerste half uur al binnen. Dan fiets ik naar het lab, met een omweg, dan heb ik weer een half uur gepakt. Dan fiets ik naar huis, nog een half uur en ’s middags ga ik vaak naar de fysiotherapeut in Eelde, dan heb ik weer een uur op de fiets gezeten. Zo sprokkel ik verspreid over de dag m’n uren bij elkaar. En als ik niet aan m’n uren kom rook ik desnoods ’s avonds nog een sigaar op het balkon.”

 

Het is niet altijd aangenaam om drie uur per dag buiten te zijn, vertelt Patberg. Vooral niet in de winter. “Er is een verschil tussen wat lekker is en wat goed voor je is, maar ik weet: die thermische zweep moet er drie uur per dag overheen. Alle maatregelen die ik tot nu toe heb genomen om de luchtvochtigheid aan m’n huid te verlagen, hebben allemaal een positief effect. Drie jaar geleden had ik thuiszorg, toen kon ik mezelf niet scheren terwijl het nu naar omstandigheden goed gaat.”
“Je kunt speculeren over de precieze oorzaak. Ik weet het gewoon niet. Een belangrijk punt, maar nu begeef ik me op glad ijs, is dat ik het gewoon koud heb als ik buiten ben. Onder invloed daarvan gaat je lichaam een stresshormoon, cortisol, aanmaken en dat is een zeer potente ontstekingsremmer. Als het daarbij ook nog droger is in de lucht dan kan je lichaam makkelijker water verdampen en dat levert nog een beetje extra koeling.”

 

Patberg is voorzichtig met de resultaten van zijn wetenschappelijk werk. Hoewel hij in zijn proefschrift uitgebreid onderzoek aanhaalt dat allemaal in dezelfde richting wijst, is een groot deel van zijn bevindingen gebaseerd op metingen bij één persoon: zichzelf. Komende maand begint hij met nader onderzoek bij vijf patiënten, met nog eens vijf mensen in een controlegroep. Het is de bedoeling dat dat aanvullende onderzoek elf maanden duurt. “Het mooie is dat ik dit onderzoek zonder al te veel problemen kan doen. Ik hoef me niet druk te maken over bijverschijnselen bij de proefpersonen, want van buiten zijn krijg je niks. Van kou op zich word je niet ziek en wat er nog functioneert van je lichaam, maak je niet kapot door naar buiten te gaan.”

Ondertussen houdt de onderzoeker nog wel een kleine slag om de arm. “Ik adviseer niemand om zomaar zonder jas naar buiten te gaan. Ik zeg altijd: ‘Als je het wilt proberen, doe het dan in overleg met je arts.’ Anders krijg ik straks heel reumatisch Nederland over me heen.”

Het proefschrift (engels) is te vinden op de site van Rijksuniversiteit Groningen: http://irs.ub.rug.nl/ppn/271445637

Persbericht promotie: Reumapatient heeft meer last van vocht dan kou.

10 stellingen over weer en reuma behorend bij het promotieonderzoek

Met dank aan professor Patberg voor de medewerking!