Zomerhitte op het werk

 

In de zomer kunnen hoge temperaturen verhinderen dat er in aanvaardbare omstandigheden kan gewerkt worden. De regelgeving verplicht de werkgever een aantal maatregelen te treffen om het ongemak te verminderen bij het overschrijden van bepaalde temperaturen.

Overmatige warmte van klimatologische oorsprong wordt gemeten met een vochtige globethermometer. Zo’n thermometer houdt rekening met andere gegevens dan de warmte, zoals bijvoorbeeld de vochtigheidsgraad. 30° op een vochtige globethermometer betekent dat met een gewone thermometer men al gevoelig hoger meet.

Wanneer de temperatuur 30° overschrijdt bij licht werk, 26,7° bij halfzwaar werk en 25° bij zwaar werk moet de werkgever de volgende maatregelen nemen:

* de werknemers tegen rechtstreekse zonnestraling beschermen (luiken, overgordijnen, enz.);

* ervoor zorgen dat er frisdranken worden verstrekt;
* toestellen voor kunstmatige verluchting installeren.

Het spreekt voor zich dat werkgevers niet moeten wachten tot die temperaturen bereikt zijn op een vochtige globethermometer om maatregelen te treffen, zodat hun werknemers hun taken kunnen uitoefen zonder te lijden onder de warmte.
Wanneer werknemers vinden dat er maatregelen moeten getroffen worden, kunnen ze terecht bij het comité voor preventie en bescherming op het werk of de arbeidsgeneesheer.

Ozon

Bij aanhoudend warm weer treden er ook dikwijls verhoogde ozonconcentraties op. Over de bescherming tegen ozon van klimatologische oorsprong zijn in de arbeidsreglementering geen afzonderlijke bepalingen opgenomen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen maatregelen getroffen moeten worden.

Blootstelling aan ozon van klimatologische oorsprong dient beschouwd te worden als een arbeidsrisico waartegen preventieve maatregelen moeten worden voorzien. Omdat de ozonconcentratie binnenshuis beduidend lager is dan buitenshuis, moeten deze maatregelen zich vooral richten tot werknemers die in open lucht werken.

 

 

Bron: Nieuwsbank.nl